Ga naar de inhoud
Moral Injury in relatie tot PTSS
Artikel

Moral Injury in relatie tot PTSS

Door

In veel beroepen kom je situaties tegen die je raken in je professionaliteit én in je menselijkheid. Soms gaat het om dagelijkse morele spanning: je kunt niet handelen zoals jij denkt dat goed is, omdat protocollen, tijdsdruk of cultuur iets anders vragen. Dat noemen we morele stress. Maar soms gaat het verder. Dan raakt een ervaring aan je geweten, je waarden en je vermogen om jezelf nog te herkennen in wat je hebt gedaan of nagelaten. Dat noemen we moral injury.

In zijn artikel Moreel kompas in oorlogstijd (Tijdschrift Geestelijke Verzorging, 2026) beschrijft Erwin Kamp hoe moral injury ontstaat wanneer iemand iets doet of moet laten gebeuren dat diep in strijd is met het eigen morele kompas. Die beschrijving komt uit de militaire context, maar is herkenbaar voor iedereen die werkt in situaties met hoge druk, grote verantwoordelijkheid en weinig ruimte voor morele afweging. Zorgprofessionals, jeugdbeschermers, leidinggevenden, hulpverleners, politiemensen, bestuurders: allemaal kunnen ze geraakt worden op een manier die niet alleen professioneel maar ook existentieel is.

Moral injury is geen angststoornis. Het lijkt niet op schrikreacties of herbelevingen. Het gaat over schuld, schaamte, vervreemding en het gevoel dat je iets hebt gedaan wat niet past bij wie je dacht te zijn. Waar PTSS draait om veiligheid, draait moral injury om integriteit. PTSS zegt: “Ik ben niet veilig.” Moral injury zegt: “Ik ben niet meer goed.” Die twee kunnen naast elkaar bestaan, maar vragen om een andere vorm van herstel.

Herstel van moral injury begint niet bij vergeten, maar bij betekenisgeving. Mensen hebben ruimte nodig om uit te spreken wat ze moeilijk onder woorden krijgen. Om te onderzoeken welke waarde is geraakt. Om opnieuw verbinding te maken met zichzelf, met anderen of met het werk dat ze doen. Kamp benadrukt dat dit geen medische behandeling is, maar een proces van moreel en existentieel herstel: opnieuw richting vinden. Daarbij spelen geestelijk verzorgers (lifecounselors) een belangrijke rol.

Onderzoek van Grimell (Frontiers in Sociology, 2025) laat zien dat geestelijk verzorgers (lifecounselors) een aantoonbaar beschermende werking hebben op morele veerkracht, omdat zij “ruimte creëren voor betekenisgeving te midden van morele ontregeling”. Hun aanwezigheid helpt professionals om morele schade niet te laten verharden tot blijvende vervreemding van zichzelf of hun werk. Zo dragen zij bij aan herstel van morele oriëntatie en het terugvinden van menselijkheid, juist wanneer die onder druk staat.

 

 

Deel dit artikel met je netwerk